Recensie


Geelhoed(t)
M. Geelhoed en K. Geelhoed. Geelhoet, Geelhoed & Geelhoedt. Genealogie 1599-2002. Barneveld,.2002. 140 blz., ill. index. (G/Geel).

Behalve aan de Zeeuwse familie Geelhoed wordt in deze uitgave aan≠dacht besteed aan een gelijknamig maar niet verwant geslacht. Simon Marinuszoon Geelhoet, de stamvader van de Zeeuwse familie, werd in I599 vermeld in het lidmatenregister van de Hervormde Gemeente van Colijns≠plaat op het eiland Noord?Beveland. In Colijnsplaat en Wissenkerke waren hij en zijn directe nazaten werkzaam als landbouwer. Sommige van hen waren schepen of dijkgraaf. In de achttiende eeuw verspreidde zijn nageslacht zich eerst over Zeeland, zoals Veere op Walcheren, Schoondijke en Zaamslag in Zeeuws?Vlaanderen, Dreischor op Schouwen?Duiveland en Zuid?Beve≠land. Vanaf de negentiende eeuw kwa≠men ook nazaten in Rotterdam, Lon≠den, Noord?Amerika en Nederlands-≠Indie terecht.
De andere familie Geel≠hoed stamt af van Joergen Ludowig Gelhut uit Rheda, Westfalen, die in I730 aldaar in het huwelijk trad met Anna Margaretha Meyers. Zijn naza≠ten woonden in Schiedam, Dordrecht, Amsterdam, Haarlem en Nederlands-≠IndiŽ.
Genealogie, 3 - 2003